Jezus vertelt de mensen tijdens Zijn rondwandelen op aarde over het Koninkrijk van God. Deze verhalen noem je gelijkenissen. Waar lijkt het Koninkrijk van God op? Hoe kun je er komen? Wie mogen er wonen in dit Koninkrijk? Vragen, die Jezus met alledaagse voorbeelden (uit die tijd) probeert uit te leggen. Met deze voorbeelden laat Hij zien hoe het Koninkrijk van God eruitziet en wat dit Koninkrijk van mensen vraagt. Door goed te luisteren naar Jezus’ onderwijs ontdek je dat het Koninkrijk, met de komst van Jezus op aarde, dichtbij is. Het is er al, en tegelijk komt het eraan! Daarom klinkt ook de oproep van Jezus door in Zijn gelijkenissen: bekeer u en geloof het Evangelie.
Weettekst
De tijd is vervuld en het Koninkrijk van God is nabijgekomen; bekeer u en geloof het Evangelie. (Markus 1:15)
Themalied
Zoekt eerst het Koninkrijk van God
In deze les worden de begrippen ‘gelijkenis’ en ‘koninkrijk der hemelen’ uitgelegd aan de hand van de gelijkenis van het vertrouwen van iemand die zaait.
In deze les denken de kinderen na over de betekenis van de vergelijking van het Koninkrijk van God met het mosterdzaad en het zuurdeeg.
In deze les denken de kinderen na over de betekenis van de vergelijking van het Koninkrijk van God met een schat in een akker en een parelkoopman.
Jezus vertelt een gelijkenis waarin Hij uitlegt waarop Gods nieuwe wereld lijkt.
Jezus vertelt een gelijkenis waarin Hij uitlegt dat je niet alleen naar de woorden van God moet luisteren, maar ze ook moet doen.
Jezus vertelt een gelijkenis over tien meisjes die wachten op de komst van de bruidegom. Vijf hebben zich goed voorbereid en zo moeten wij ons ook voorbereiden voor de dag dat Hij terugkomt op aarde.